"Oké Gehrels, zeg maar hoeveel je wilt hebben"

Auteur: 
Eefje Jansen en Jan de Vuijst
Foto's: 
Tineke Vlaming, 2010
Verschenen in Pyramide: 

Willem Gehrels was in de jaren twintig tot en met zeventig van de 20e eeuw de bekendste Nederlander voor muziekdidactiek en muziekpedagogiek. Hij had een duidelijke visie, veel kennis, verrichte baanbrekend werk voor muziekonderwijs in basisonderwijs, kweekschool (pabo) en muziekscholen, was initiatiefnemer tot oprichting van het blad De Pyramide, en had veel invloed. In het zuiden van Nederland had de uit de Verenigde Staten afkomstige Justine Ward een soortgelijke invloed. 

De kinderen Gehrels

Willem Gehrels heeft twee dochters, Lisa en Florrie Gehrels. Het gesprek vindt plaats in het huis van Lisa in de Bijlmer. Er zijn veel vooroordelen over de Bijlmer en misschien is er veel van waar, maar wij kwamen aan op een stille parkeerplaats, omgeven door laagbouw en veel groen. Alle rust van de wereld, de vogels hoor je fluiten, er heerst de stilte van het platteland of de rust van een forensenwijk. Achter het huis een prachtige besloten achtertuin met vijvertje met een vrolijk najaarszonnetje. Een prima plaats om te genieten van het leven.

Lisa Kruijff-Gehrels is begonnen met piano als instrument. “Het was toch niet echt mijn instrument. Ik besloot op mijn veertigste, op aanraden van mijn vader over te stappen op dwarsfluit. Ik heb ongeveer 10 jaar dwarsfluit gespeeld. Sinds lange tijd zing ik met veel plezier in een koor." Van beroep was ze juriste: advocate en 23 jaar docente aan de universiteit. “Ik heb verder mijn man, afkomstig uit Berlijn en beeldend kunstenaar, veel geholpen met tentoonstellingen.” Florrie Hillenius-Gehrels, is een goede amateur dwarsfluitiste. Florrie: “Ik wilde graag viool spelen zoals vader, maar dat kon niet, omdat m’n pink niet goed is. Daarna kon ik gelukkig dwarsfluit gaan spelen. Ik ben nog altijd heel actief als dwarsfluitiste.”

Het reilen en zeilen in het gezin Gehrels

Lisa: “In het gezin werd veel gezongen. Vooral in de oorlog, samen voor de kachel. Vóór en na de oorlog was er veelal te weinig tijd om veel te zingen. Overdag en ’s avonds was het te druk met het normale werk. Al heel vroeg zong ik in een koor, onder andere onder leiding van Bertus van Lier. En ik zing nog steeds met veel plezier in een koor.” Had u beiden toen al door dat het belangrijk was wat uw vader deed? Florrie: “Nee, helemaal niet. We waren bezig met onze gewone dingen. Naar school gaan, helpen in huis als dat nodig was en dat was vaak nodig omdat vader vaak bezoek kreeg. Vergaderingen vonden, uit kostenbesparing, bijna altijd aan huis plaats. Zowel ’s avonds als in het weekend.” Lisa: “Dan werd er van uit gegaan dat we bijsprongen. Moeder zette koffie en de dochters serveerden die aan de gasten. Opdat vader verder ongestoord met zijn gasten kon overleggen."

Uw vader visionair, hoe was dat in huize Gehrels? In huize Gehrels was het aanvankelijk bepaald geen vetpot. Lisa en Florine waren ‘arme leerlingen’, er was niet veel geld thuis. Als dochter op de VMS (red.: de Volksmuziekschool in Amsterdam, opgericht in 1932 door Willem Gehrels) was er ook een zekere druk om goed te presteren als ‘dochter van’. Lisa: “Ik vond dat lastig als kind en werd een beetje dwars. Ik zag het als een last om te ‘moeten’ presteren. Moeder hield zich daar een beetje buiten. Moeder was niet erg betrokken bij het werk van vader, had haar eigen besognes.”

Florrie: “Het was een geluk voor vader dat moeder aanvankelijk een vaste baan had, als groepsleerkracht. Zij verdiende het noodzakelijke brood, terwijl vader aanvankelijk af en toe wat verdiende. In de beginperiode van de Volksmuziekschool moest er meestal geld bij.

Op den duur werd dat anders. Lisa: “We kwamen als gezin in betere financiële omstandigheden toen vader als docent aan de kweekschool werd aangesteld. Op den duur kwamen er ook andere vaste inkomsten, mede door medewerking van bijvoorbeeld de gemeente. Pas na oorlog kreeg de VMS structureel subsidie.“

Willem Gehrels als ontwakend muziekpedagoog

 Willem lukte het om, ondanks het karige inkomen van zijn ouders, de kweekschool (de huidige pabo) te volgen. Op de kweekschool was het de regel dat jongens vioolles en meisjes pianoles moesten volgen. Hij ging vioolles geven, volgde lessen directie en koordirectie en ging daarna onder andere als dirigent werken bij de Nederlandse Opera.

Toen merkte hij dat er een grote kloof was tussen de muziek van de opera en het ‘gewone’ volk. “Vader zei regelmatig, veel mensen kunnen niet luisteren en hebben geen idee waar het over gaat. Kennelijk zit dit niet in onze huidige cultuur. Reden? In Nederland wordt geen luisterend publiek opgevoed; er is een gat in de educatie.” Gevolg, de opera ging regelmatig (bijna) failliet. Onder andere omdat er gewoonweg veel te weinig publiek was dat interesse had in dergelijke muziek. Gehrels vond dat er in het muziekonderwijs een brede basis moest komen voor iedereen. Dat zorgt voor een verbetering van de muziekeducatie, zorgt voor een groot potentieel aan toekomstige talenten en geeft de professionele musici in ruime mate een publiek dat (meer) interesse heeft in goede muziek en muziekuitvoeringen.

Hoe ziet goed muziekonderwijs voor iedereen eruit?

De liedbundel ‘Kun je zingen, zing dan mee’ was in die jaren dé liedbundel voor thuis en op school. Lisa: “Vader verafschuwde de liedbundel ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’. Waarom? Hij vond de liedjes in deze bundel veelal weinig eigens hebben, niet actueel, te (ver)oud(erd), te oppervlakkig, te zoetsappig, niet echt, ‘prutliedjes’, niet volwaardig. Van onvoldoende kwaliteit en te oninteressant voor een goede en volwaardige muzikale basisopvoeding.”

Florrie: “Toen vader begon met zingen op school (basisschool), moest hij wel terugvallen op de liedbundel ‘Kun je zingen, zing dan mee’ omdat er niets anders beschikbaar was.” Als beter alternatief is de nieuwe bundel ‘50 liederen en 50 canons’ ontwikkeld.

Willem Gehrels zocht en heeft altijd gezocht naar een muzikale opvoeding en muziekonderwijs ‘vanuit het kind’. Hij vond het belangrijk om in te spelen op de wereld van het kind en zijn mogelijkheden. Om die reden zong Gehrels met de kinderen vooral eenstemmige liedjes en canons. Voor kinderen is het leuk om canons te zingen. Meerstemmigheid is lastig voor kinderen en leidt al te gemakkelijk tot onzuiverheid. Een canon is speelser en het ‘achter elkaar aanhollen’ in een canon past veel beter bij kinderen.

Lisa: “Prof. Dr. Ph. Kohnstamm was vaders grote inspirator bij het ontwikkelen van muziekonderwijs. Uitgangspunt: het centraal stellen van het kind en tegelijkertijd streven naar hoge kwaliteit. Bij Kohnstamm heeft Gehrels zijn opleiding pedagogiek gevolgd en zijn scriptie geschreven over muziekonderwijs. De scriptie is uiteindelijk uitgemond in zijn boek ‘Algemeen Vormend Muziekonderwijs’. Zijn grote wens voor het basisonderwijs was dat in elke school een groepsleerkracht aanwezig was met specialisatie muziek.

Gehrels heeft diverse middelen gebruikt om de ontwikkeling van het gehoor te ondersteunen en de kwaliteit van het zingen te verbeteren. Lisa: “Vader herkende bewegen en ritmiek al vroeg als belangrijk deel van de ontwikkeling van het gehoor.” Een ander belangrijk hulpmiddel is het zingen met handbewegingen. Je ‘ziet’ wat er gebeurt. In de jaren ’20 en ’30 zijn de muziekpedagogen Jöde en Kerstenberg in het Duitse taalgebied belangrijke voorbeelden voor Willem Gehrels geweest. Hij heeft “onder andere de reeks do, re, enzovoort, overgenomen. Vader heeft een kleine wijziging voor Nederland aangebracht, de ‘si’ heeft hij gewijzigd in ‘ti’.” Waarom? “Hij vond het beter klinken.”

De oprichting van de volksmuziekschool

Willem Gehrels heeft volgens zijn dochters eindeloos veel tegenwerking gehad. Veel politici en beleidsmakers vonden dat er in de jaren ’20 en ’30 in de 20e eeuw belangrijker zaken aan de orde waren, zoals de vele politieke spanningen en daarbovenop ook nog eens de beurskrach. De dochters van Gehrels vinden dat de socialisten zijn ideeën voor een volksmuziekschool eerder hadden moeten oppakken. Een school die een muzikale basis wilde creëren voor juist kinderen van waarvan de ouders financieel niet in staat waren dergelijke lessen te bekostigen. Leerlingen betaalden op de VMS naar rato van het inkomen, maximaal 10 cent per week.

Florrie: “Misschien was het ontbreken van steun uit socialistische hoek een gevolg van de opstelling van vader. Hij wilde zich niet binden aan politiek of aan een politieke partij. Het waren ZIJN ideeën en idealen. Daarom moest hij geld vragen bij anderen. Hijzelf noemde dat ‘bedelpartijen’. ”Via allerlei fondsen en vooral door privé sponsors werd de volksmuziekschool opgericht en in stand gehouden. Om die sponsors te krijgen en te behouden moest Gehrels regelmatig ‘uit bedelen’ gaan zoals hij dat zelf noemde.

Lisa: “Als hij op ´bedeltoer´ ging, trok hij zijn nette pak aan, hij had maar één pak, en ging met lood in zijn schoenen op pad. Onder andere naar bierbrouwer Heineken.

Lisa: “Vader zei dat, als hij in het kantoor van Heineken stond, de bierbrouwer begon met: “Oké Gehrels, zeg maar hoeveel je wilt hebben.” Gehrels kreeg veel inhoudelijke en financiële steun uit de Joodse hoek. Vele Joodse kennissen waren gevoelig voor de visionair Willem Gehrels. Er waren zowel veel Joodse leerlingen als ook, vaak uitstekende, Joodse docenten aan de volksmuziekschool verbonden.

Lisa: “De visie van vader sloeg aan bij Joodse mensen, die het Willem Gehrels als dirigent en muziekpedagoog geven van een goede basisopleiding belangrijk vinden evenals een gedegen opbouw van kennis en vaardigheden. Dat alles vormgegeven in een heldere op het kind afgestemde inhoud en structuur. Het aandeel van Joden in de muziekcultuur in Amsterdam was heel groot.”

Pas na wereldoorlog II kreeg de VMS structureel subsidie. Lisa: “De VMS is inmiddels gefuseerd met de Amsterdamse muziekschool. Er moet steeds meer commercieel worden gewerkt. De huidige muziekschool wordt weer elitair, in tegenstelling tot de toenmalige Volksmuziekschool die juist was bedoeld voor kinderen van ouders die weinig bezaten."

Van alleen Amsterdam naar Landelijk, hoe is dat gegaan?

Florrie: “Het is enorm wat vader heeft gedaan! Dat besef kwam pas later.” Met de erkenning van het werk van hun vader kwam de trots bij de dochters. Lisa: “Vader heeft vreselijk hard moeten werken om voor zijn ideeën voldoende draagkracht te verkrijgen en mede op basis daarvan zijn ideeën en werkwijzen verder in het land te kunnen verspreiden.” Gehrels probeerde het politieke klimaat te beïnvloeden. Door sleutelpersonen aan zich te binden en hen te doordringen van de noodzaak om voor iedereen muziek en muziekonderwijs mogelijk te maken. Juist ook voor de armen en minder bedeelden. De beide dochters: “In die zin was vader een ‘socialist avant la lettre’. Hij streefde naar een brede basis met een adequate muziekopleiding voor iedereen, een grote muzikaal goed opgevoede middengroep met aan de top uitstekende musici."

"Uiteindelijk is het vader gelukt om invloedrijke personen en beleidsmakers van diverse pluimages te verenigen en enthousiast te maken voor zijn ideeën en werkwijze. Dat ging hand in hand met de oprichting en verdere ontwikkeling van de Volksmuziekschool en het systematisch neerschrijven van zijn ideeën en ervaringen in de praktijk, uitmondend in de in zijn tijd heel invloedrijke publicatie: Algemeen Vormend Muziekonderwijs."

Belangrijke succesfactoren van Willem Gehrels volgens zijn dochters

  • Geweldige uitstraling naar kinderen, leerkrachten, gezagsdragers en vele ondernemers.
  • Uitgesproken talent om goede momenten te kiezen om bepaalde zaken te bereiken en mensen aan zich te binden.
  • Trouw, toegewijd en een goede neus om sleutelpersonen in diverse geledingen van de maatschappij aan zich te binden. Onder andere Willem Andriessen, Bernet Kempers en de toen beroemde Dr. Ph. Kohnstamm. Ook een ondernemer als Heineken was een trouwe sponsor van zijn ideeën en de Volksmuziekschool. Bij Kohnstamm volgde Gehrels de opleiding pedagogiek.
  • Sterk organisator en goed in management.
  • Initiatiefnemer van de oprichting van onder andere - De Volksmuziekschool in Amsterdam - het Nederlands Pijpersgilde - De Toonkunstenaarsbond (1930). Bedoeld om status, rechten en salariëring van toonkunstenaars te verbeteren. Lisa Gehrels is tot op heden bestuurslid van het Sociaal Fonds van de Toonkunstenaarsbond.

De Gehrels familie in 2010

Lisa en Florrie Gehrels zijn familie van de Amsterdamse wethouder Caroline Gehrels. Florrie: “Het 70-jarig bestaan van de (volks)muziekschool is gevierd in het Muziekgebouw aan het IJ. Wij, Florrie en ik (Lisa), zaten op de eerste rij, naast Caroline! Ze heeft een toespraak gehouden die klonk als een klok! Ik moest voortdurend denken: “Dat zou vader nou precies zo hebben kunnen zeggen. In het idealisme dat doorklonk, had ik een gevoel alsof ik mijn vader weer hoorde spreken.”

Eefje Jansen was in 2010 redacteur van De Pyramide, groepsleerkracht basisonderwijs en muziekdocent in de bovenbouw op haar school. Jan de Vuijst was in 2010 hoofdredacteur van De Pyramide en zelfstandig adviseur voor onderwijs, organisatie en cultuur.

Reacties

Reactie toevoegen

Lees ook

Achtergrond
portret van Annie Langelaar (fragment). Jaartal onbekend, collectie Annie Langelaar

Er wordt wel eens beweerd dat achter elke wereldberoemde briljante man een even briljante vrouw staat die medeverantwoordelijk is voor zijn succes. Hoe zit dat bij Willem Gehrels en Annie Langelaar?

Achtergrond
Door Annie Langelaar getekende uitbeelding van het lied 'Schip moet zeilen' (fragment). Bron: Archief Annie Langelaar

Ik herinner me Annie als: musicus, opvoeder, gedreven, uitnodigend, aanmoedigend, perfectionist, vrijwilliger, single, kunstenaar, initiator, planner, bewaarder van ‘van alles en nog wat’ maar altijd stijlvol: een dame. Annie’s erfenis bestaat uit veel meer dan het liedje 'Tsjoeke, tsjoeke, tsjoek' of 'Handen in de zij'.

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwbsrief en ontvang ongeveer zes keer per jaar nieuws over onze artikelen, lessen, en professionaliseringsdagen.